3 augustus 2011

Zomervakantie 2011 deel 4 – Stavanger en de terugweg naar huis

In Stavanger vallen we met onze neus in de boter ... precies dit weekend hebben alle boten van de Tall Ships Races Stavanger aangedaan. De hele stadshaven ligt vol met van die prachtig grote zeilboten. Wij vinden ons heil aan de overkant in een prima jachthaven. We lopen de stad in over de hoge brug en eten .... ja ja ... de tweede keer echt uiteten deze vakantie, en dat is voor ons doen heel erg weinig! ... een heerlijk diner bij de enige ‘bakplaat’ Japanner van Noorwegen.




Dat is en blijft van ons alle vier het favoriete eten. Met twee flessen wijn gaat het er erg goed in. Daarna ‘ontnuchteren’ we met een wandeling langs alle mooie Tall Ships en terug naar de boot. Een gezellige bedoeling en een prima laatste avond in Noorwegen!
Op zaterdag 30 juli vertrekken we om 8.00 uur voor de terugtocht van 470 mijl naar Bruinisse. Het eerste uur motoren we tegen de wind in naar de Noordzee. De hoek om de zee op kunnen we eindelijk eens echt zeilen, met windkracht 4-5 ruim van achteren. We zetten de ‘klaverstand’; voor de Brandaan een ideale zeilstand; met het grootzeil en bulletalie op bakboord en de genua met ‘gefixeerde’ boom op stuurboord. Zo hebben we een groot deel van de tocht naar Gambia en Suriname ook gevaren. Al snel trekt de wind aan tot de verwachte windkracht 5-7. Het zeilen gaat prima en we maken een mooie snelheid (7-9 knopen), maar de golven zijn hoog en vervelend en duwen de boot alle kanten op. En als de wind in de middag nog verder aantrekt tot windkracht 7 met stoten in 8 hebben we toch wel wat teveel zeil op staan. En zie dat maar goed te reven met harde wind, in klaverstand en flinke golfgang. Zeker als de boot in een gijp vliegt moeten we snel handelen. Gelukkig gaat dat goed en met beide zeilen teruggebracht naar rif 3 gaan we nog steeds zo’n 7,5 knoop en met een veel ‘gecontroleerder gevoel’. Wat leren we hiervan? Dat meer dan 15.000 zeemijlen achter de rug nog niet betekent dat we klaar zijn met ‘leren’ .... dit is de eerste keer op de Brandaan dat we de boot echt even niet onder controle hadden .... er is niets gebeurd (behalve een voorseptor die krom is gebogen door de bulletalielijn) .... maar voortaan toch eerder reven !!!
In de avond zakt de wind weer terug naar kracht 5, maar de zeegang blijft de hele nacht nog staan en zo brengen we het eerste etmaal op een enorm bewegende boot door wat lekker oncomfortabel is en Eline zelfs vlak voor het slapen wat zeeziek maakt. Etmaalafstand is 165 mijl.
De volgende dag ziet de zee er zoals verwacht gelukkig heel anders uit ... lekker vlak met weinig golven en weinig wind. Wel nog helemaal bewolkt. De ochtend kunnen we nog zeilen met windkracht 3 en in de middag zetten we de motor erbij met volle genua. De boot ligt nagenoeg stil en zo kunnen we weer van alles doen en brengen we een dag op de boot door zoals ook liggend in een ankerbaai had gekund. De borden komen ’s avonds weer op tafel en we spelen zelfs Canasta met de kaarten op tafel! We merken dat het weer vroeger donker wordt en ’s nachts ook echt donker is; dat hebben we de afgelopen weken niet meegemaakt. Etmaalafstand is 133 mijl, ruim over de helft!
De derde dag is het een strak blauwe lucht met een zonnetje maar wel lichte wind tegen. Dus wederom motoren. We komen de dag prima door met films kijken, boek lezen en lekker eten. Ook nu kunnen de borden weer op tafel en eten we een heerlijke maaltijd met zelfs een glaasje wijn erbij (dat doen we eigenlijk nooit tijdens het varen). We naderen Nederland en varen al weer ter hoogte van de waddeneilanden. Tijdens het spelen van Canasta ’s avonds komen we in de drukke shippinglane boven noord-Nederland. Er vaart een enorme tanker vlak voor ons langs terwijl het al donker wordt. Een imposant gezicht. Na die tanker kunnen we zonder problemen ‘oversteken’ en staat er ook opeens een lekker windje. Halve wind, kracht 3, helemaal prima om te zeilen! We zouden het bijna vergeten zijn hoe het is om te zeilen zonder té harde wind en zonder motor ;-). En zo zeilen we de hele nacht langs de Nederlandse kust af en toe uitwijkend voor schepen, opgeletten geblazen, dus geen korte slaapjes meer tijdens de wacht. ’s Ochtends vroeg passeren we de Eurogeul, de toegang tot Rotterdam. Ook weer lekker druk. Etmaalafstand 130 mijl.
Ook de laatste dag is het heerlijk zonnig en lekker warm. De wind is weer weggevallen en we besluiten via de Haringvliet te gaan omdat we waarschijnlijk net te laat bij de Roompotsluis zouden aankomen om nog met half water onder de brug door te kunnen. We varen rond 12.00 uur de sluizen van Hellevoetsluis door en zetten er flink de vaart in want we willen de Haringvlietbrug van 14.00 uur halen en komen precies op tijd aan. Dan nog ‘even’ door de Volkerak- en Krammersluizen, en dan zijn we aan het begin van de avond weer terug in Bruinisse om een heerlijk pan met mosselen te verorberen. Precies 3 etmalen en 10 uur later!
We kijken terug op een mooie zomervakantie ... in een prachtig ruige natuur met weinig andere boten. Een ervaring die we niet hadden willen missen en die ons weer even heeft laten ‘proeven’ aan het ‘vertrekkers bestaan’. De meiden zijn ouder en we merken dat ze nu een leeftijd hebben dat ze echt willen helpen met zeilen zetten, stootwillen ophangen en aan- en afmeren. Erg leuk!
Alleen het ‘zeilen zelf’ heeft ons dit jaar niet meegezeten; in de fjorden is het bijna altijd windstil, en op de heen- en terugweg hebben we maar beperkt lekker kunnen zeilen behalve de start van zowel de heen- als terugweg met wel erg veel wind. Ach, volgend jaar beter .... en wie weet waar de Brandaan ons allemaal nog meer naar toe gaat brengen!!!