3 mei 2010

Met z'n zessen door de Chesapeake Bay

De Chesapeake Bay is een hele grote baai aan de oostkust van Amerika, met in het zuiden de stad Norfolk en in het noorden de steden Washington DC en Baltimore. De baai ontstaat vanuit de Susquehanna River uit de staat New York en heeft daarnaast nog 48 andere rivieren die erin uitmonden, met mooie namen zoals Potomac River en Patuxant River. In het zuiden staat de baai in verbinding met de Atlantische Oceaan. Die mooie namen van de rivieren stammen vanuit de tijd dat hier alleen nog maar verschillende Indianen-stammen leefden. Pas vanaf de 15e eeuw zijn de blanken gekomen, met Captain John Smith, een Brit, die een belangrijke rol heeft gespeeld bij het in kaart brengen van de totale Chesapeake Bay. De zuidkant kenmerkt zich door wat langere afstanden tussen geschikte ankerplaatsen met zout water en bij harde wind een zeegang die wat lijkt op de zeegang op de oceaan. Hoe noordelijker je komt, hoe meer het echt een binnenwater is met zoet water, kleinere afstanden en veel minder zeegang. De hele baai ligt op de vaargeulen na bezaaid met vissersboeitjes ... in het donker varen is dan ook niet echt een optie, maar voor ons ook niet nodig. Meestal lukt het aardig om de vaargeulen aan te houden maar soms pakken we een 'short-cut' en dan is het laveren tussen de vissersboeien door. De natuur is prachtig, maar echt onbewoond treffen we het niet meer ... bijna overal staan wel mooie huizen langs de waterkant. Ondanks dat zijn de ankerbaaien erg mooi.

Op zaterdag (24 april) nemen we afscheid van de Pjotter en vertrekken we naar de overkant van de rivier, naar een kleine marina in downtown Norfolk. We bezoeken het museum Nautica met het battleship de "Wisconsin". En daarna steken we ons allemaal in het nieuw in de shoppingmall van Norfolk. Ook kopen we vast wat leuke oranje shirts voor de wereldkampioenschappen voetbal die we met onze vertrekkers-vrienden op de Azoren gaan meemaken. Zondag huren we een auto en rijden we naar Washington DC om mam op te halen. Onderweg stoppen we in het koloniale dorp Williamsburg, waar ik 30 jaar geleden ook met Inge, mam en pap ben geweest. Erg leuk om even rond te lopen en te lunchen. We zijn mooi op tijd op het vliegveld en een klein uurtje na landing komt mam redelijk fit aangelopen. Bijzonder om elkaar na zo'n lange tijd weer te zien. In de autorit naar huis (nog zo'n kleine vier uur) praten we honderduit.

De volgende dag doen we rustig aan. Wat wassen, boodschappen doen, school en de boot schoonmaken. Dinsdag 27 april halen we 's middags Helen (zus van mam) van het vliegveld in Norfolk. Erg leuk om ook haar als gast aan boord te hebben. Het weer werkt nog niet mee, we hebben de kuiptent op staan tegen de wind en de regen; toch is de stemming met gezellige gesprekken opperbest. Ondanks het wat gure weer besluiten we toch de volgende dag te vertrekken voor het eerste stuk door de Chesapeake Bay. Zo'n 25 mijl, een stukje zeilen, maar het grootste deel op de motor tegen de koude wind en stroming in. De dames geven geen krimp! Het is mam's 74e verjaardag, dus bakken we een appeltaart onderweg. Eenmaal in de jachthaven in Chrisman Creek, een zijkreek van de Poquoson River vieren we de verjaardag met thee, taart en kadootjes. Ankeren lukte niet, ook niet na drie pogingen en toen hebben we de privé marina opgeroepen voor een plaatsje. Erg aardige mensen ... de manager van de marina biedt aan ons naar Yorktown te brengen voor een verjaardagsmaal in een leuk restaurantje. Op een mooie plaats met uitzicht op de York River. Gelukkig is het de volgende dag een stukje warmer met minder wind. En kunnen we lekker buiten zitten zonder dikke jassen aan. Wederom een flinke tocht van ruim 30 mijl, maar met veel aangenamer weer, dus prima te doen. Vlak voor borreltijd komen we aan in Charles Creek, een zijkreek van de Piankatank River, met een enorme smalle en ondiepe doorgang. We komen er goed doorheen, en het is een prachtige ankerplek. Met een glaasje wijn en een warm zonnetje hebben we een leuke borrel met goede en leuke gesprekken. Mam en Helen zijn zeer makkelijke gasten ... ze passen zich prima aan en genieten volop. Bijzonderigswaardig voor twee dames van 75 en 74 jaar op een relatief kleine en bewegende boot!

De 3e dag noord de Chesapeake Bay in is het prachtig zonnig weer. We stoppen na 25 mijl in Reedville, in de Cockrell Creek, een zijkreek van de Great Wicomico River. Reedville is een klein dorp met een visfabriek (die net zoals Boulogne stinkt) en een ijswinkeltje met heerlijk eigen gemaakt ijs als enige winkel. Dat ijs smaakt ons heerlijk, maar de stank bevalt ons niet, dus leggen we de boot een ankerbaai verderop bij Salt Pont. Prima plek waar we 's avonds een heerlijke BBQ-maaltijd hebben met een mooie heldere sterrenhemel boven ons. Ook de 4e dag is een lange vaardag (van 40 mijl) naar Solomon Island, in de Patuxent River. Wederom met prima zonnig weer en weinig wind, dus ook dit keer geen probleem. Omdat het zaterdag is zien we onderweg heel veel bootjes; de dagen ervoor zien we bijna niemand. Solomon Island is een echt zeilers- en motorboten paradijs, met veel jachthavens in een mooi natuur. Het is inmiddels 30 graden geworden (ja, eindelijk weer wat Caribische temperaturen) en we trakteren onszelf op een leuke jachthaven met een mooi groot zwembad. Het is zo warm en benauwd dat we even later alle zes (ja, ook de dames!!) in het zwembad liggen (met koud water omdat het pas net in gebruik is).

Geeft een beetje een sauna-effect, maar is ontzettend lekker. De dag erna (vandaag) blijven we een dagje liggen. We doen boodschappen, Toine poetst en waxt het witte deel van de boot en wij bezoeken het lokale marine museum. Ook duiken we het einde van de dag allemaal weer in het zwembad. Wederom een prima dag met als afsluiting een heerlijk maal op de boot met gebakken Rockfish (die we gisteren van de buurboot kregen, zelfgevangen). En zo is de week voorbij gevlogen met veel gezellige momenten in een mooie omgeving.