24 april 2010

Langs de oostkust van Amerika omhoog naar het begin van de Chesapeake Bay

We zijn gistermiddag aangekomen in Norfolk, een echte "US-navy"-stad aan de monding van de Chesapeake Bay ... een grote baai met mooie natuur waar we de komende twee weken de tijd met Mira's moeder en tante Helen (zus van Mira's moeder) gaan doorbrengen. Mam halen we morgen op van het vliegveld in Washington DC en Helen komt volgende week dinsdag aan op het vliegveld van Norfolk. Wederom een mooie mijlpaal (ook de enige waar echt een deadline aan hing) in onze reis die we veilig en zonder planningsproblemen hebben kunnen halen, dankzij de marge die we vooraf hadden ingebouwd. Want zeilen langs de oostkust van Amerika is erg weersgevoelig, tenzij je meer dan een maand de tijd hebt en alles via de Intra Coastal Waterway (ICW) kunt doen. Wij hebben via een mooie mix van buitenom en binnendoor goede voortgang kunnen maken door telkens in te spelen op het weer. Extra leuk om dit samen met de Pjotter te hebben gedaan. Zij willen graag eind april in Newport bij haar broer zijn en gaan vanmiddag dus weer door naar het noorden. Wij hoeven pas 20 mei in New York te zijn voor een volgende afspraak en hebben de tijd om het weer even wat rustiger aan te doen.

We hebben flink wat mijlen gemaakt de afgelopen week .... ruim 550 mijl. Langs de oostkust omhoog en via de staten Georgia, South Carolina en North Carolina zijn we nu in Virginia aangekomen. Wel veel op de motor door weinig wind op zee en binnendoor via de ICW is so wie so op de motor. We merken goed dat we steeds noordelijker komen; de nachten worden telkens kouder (brrr) en de dagen worden langer ... het blijft al tot na 8 uur 's avonds licht en dat is heel fijn!!!. De temperatuur van het water wordt steeds kouder en het weer wisselvalliger. Regelmatig hebben we 's ochtends de verwarming aan. Alsof we weer even terug zijn in Noord-Europa. Maar gelukkig geeft de zon vanaf een uur of 10 lekkere warmte en dan wordt het vaak nog wel zo'n 20 tot 25 graden. Overigens is april/mei juist de goede periode om deze streken te bezoeken. De natuur is heel mooi, met lente-groen, en er zijn nog niet zoveel beestjes. In de zomer kan het hier heel erg warm zijn en vol met muggen en andere vervelende steekbeesten.

Het vorige verslag eindigde vorige week vrijdag vlak voor het bezoek aan Cumberland State Park in de staat Georgia. Cumberland Island is een klein eilandje met een mooie begroeiing (palmbomen en een raar soort andere bomen, zie het fotoalbum) en een prachtig strand, dat wel iets weg heeft van de Waddeneilanden. We maken er een mooie wandeling en zoeken schelpen op het strand. Eenmaal terug op de boot vertrekken we voor de tocht van 160 mijl naar Charleston, Zuid-Carolina. Het is lekker zonnig, eerst een lichte wind en de volgende ochtend flink aantrekkend naar windkracht 5 á 6, maar wel van achteren. Dus prima zeilen surfend van de golven af. Regelmatig zien we dolfijnen zwemmen en soms even vlak voor onze boot capriolen uithalend. Als we zaterdagmiddag Charleston invaren worden we getrakteerd op een airshow van de Blue Angels; 6 straaljagers die boven het havengebied (en ook vlak boven onze boot) allerlei stunts uithalen.

We leggen de boot stil en hebben zo een prachtig uitzicht, 1e rang. Na afloop vertrekken we met nog honderd andere bootjes, wij richting jachthaven. Een prima haven vlak aan de rand van de stad met een gratis shuttlebus de stad in. Daar maken we meteen gebruik van. Charleston staat bekend om z'n mooie huizen (groot, van steen of van hout, met prachtige veranda's) en lekkere eettentjes. Prima om wandelend te verkennen. Maar al snel belanden we in een 'oester'-bar waar we heerlijke oesters (uit verschillende gebieden van deze oostkust) en een flesje witte wijn soldaat maken. Daarna lekker uiteten samen met de Pjotter bij een Japans teppanyaki restaurant. Life is good!

Zondag's bezoeken we de 'USS Yorktown'; een groot vliegdekschip dat gebruikt is van de 2e wereldoorlog tot de Vietnam oorlog. Vanaf daar zien we nog een keer de airshow van de Blue Angels. Regelmatig hebben we contact met Inge en mam; het Europese luchtruim is nog steeds gesloten en het is maar de vraag of ze maandag kan vliegen. Midden in de nacht (voor ons) en in Nederland maandagochtend weten we dat de vlucht wederom niet doorgaat en besluiten we dat mam naar Washington vliegt om bij ons te komen en daarna pas met Helen mee te gaan. Uiteindelijk ook een goede oplossing. Sebastiaan van de Pjotter is jarig en we vieren zijn verjaardag met een heerlijk etentje en een lekkere eigen gemaakte taart bij hen aan boord. De volgende ochtend maken we nog een rijtochtje met 'horse and carriage' door Charleston en zien we hele mooie huizen. Daarna is het tijd om weer te vertrekken ... dit maal een tocht van ruim 200 mijl over de zee naar Beaufort, North Carolina.

Dat wordt een prima tocht over een vlakke zee met weinig wind, dus bijna geheel op de motor. Net als de eerste week van de oversteek naar Suriname. Het is alsof we in de haven liggen, zo vlak, en daardoor gaat het leven aan boord met school en poetsen (Mira binnen, Toine het rvs buiten) gewoon door. We bellen nog even met de satelliettelefoon met de Barbarossa voor de verjaardag van Giel. Leuk om elkaar weer even te spreken. Na 2 nachten op zee komen we vlak na zonsopgang aan bij de inlet van Beaufort. Omdat we zaterdagavond in Norfolk willen zijn (en de Pjotter ook voortgang wil maken) gaan we meteen door de ICW op. We hebben nog zo'n 200 ICW-mijlen te gaan en daar hebben we nog wel 3 á 4 dagen voor nodig. Dit stuk ICW is niet zo ondiep, dus vastlopen doen we veel minder vaak (maar één keer wel enorm abrupt en hard), dus het blijft toch continu opletten.

We varen drie lange dagen door een mooie natuur met bijna geen bebouwing, smalle kanalen afgewisseld met brede rivieren en hele grote 'sounds'. Veel motoren, maar ook stukjes zeilen. De eerste dag is het behoorlijk fris en in de middag wordt het met regen erbij onaangenaam koud. We stoppen op een mooie ankerplek in Slade Creek, een zij-kreek van Pungo River. Moe en koud en nat zetten we de kuiptent op en besluiten op de eigen boten te blijven. Na wat heerlijke glazen rode wijn vallen we in een diepe slaap. De 2e dag ICW beginnen we weer vroeg (6.30 uur). Het is dan nog koud en mistig. Maar gelukkig komt een paar uur later de zon door en is het zeer aangenaam in de kuip. Overal is het diep genoeg, dus we worden een beetje overmoedig. Totdat we al motor-zeilend met een snelheid van 7 knoop opeens van 3.5 meter boven op een ondiepte van 1.5 meter knallen ... we zitten meteen flink vast, hangen schuin en het stuurwiel is een beetje verbogen doordat Toine daar tegenaan gelanceerd werd. Dat kan gelukkig snel weer recht gezet worden en met flinke motorkracht (ook boegschroef erbij) komen we weer los. Zeilen neer in dieper water en voorzichtig scharrelend overbruggen we het volgende stuk. Later lezen we pas de waarschuwingen voor 'shoaling' in de pilot ... dus het is wel een beetje onze eigen schuld. Hoe dan ook, het is flink schrikken en we zijn weer volop bij de les. Het goede nieuws is dat de aangroei weer even van de kiel is! Na 12 uur varen laten we het anker vallen in Broad Creek, we hebben er dan 70 mijl opzitten en daardoor kunnen we het ICW-stuk in drie i.p.v vier dagen doen. De Pjotter komt bij ons borrelen en eten en zo hebben we een hele gezellige avond.

De derde en laatste dag vertrekken we weer vroeg (6.30 uur). Dat is nodig om de openingstijden van de vijf bruggen op het laatste stuk ICW te kunnen halen. Wederom een hele dag motoren en maar één keer kort vastgezeten. De bruggen gaan allemaal netjes op tijd open en zo varen we rond 17.00 uur Norfolk binnen door een groot havengebied en met een mooi uitzicht op de fraaie skyline met hoge gebouwen. We zien een cruiseschip in een dok, normaal al reusachtige schepen maar zo op het droge helemaal! We liggen nu nog aan de Portsmouth-side en vertrekken straks naar de overkant, naar City Marina zodat we echt in 'downtown' Norfolk liggen. Morgen een auto huren om mam op te halen. Vanmiddag en vanavond gaan we de stad verkennen!