20 november 2009

The Gambia experience ...

We zijn inmiddels ruim een week in Gambia en hebben eergisteren het eindpunt van de rivier bereikt. Na 150 mijl vanuit Banjul op de motor (of geen wind of de wind staat tegen) bereiken we het eindpunt van de rivier in Georgetown (heet nu eigenlijk Janjungbura). Daar hangt een electriciteitskabel over de rivier op ongeveer 16 meter hoogte en daar kunnen de meeste zeilboten, zoals wij, niet onderdoor. Geen probleem, want we hebben heel veel gezien op deze prachtige rivier en het is ook tijd om weer terug te keren.


Het is net een dierentuin waar je doorheen vaart. Met grote en heel veel kleine beesten. De grote beesten zijn prachtig om te zien en houden zich op afstand. Zo zien we regelmatig in de verte een nijlpaard zwemmen, net met z'n kop boven water en met soms een jonkie erbij. Maar komen wij iets dichtebij dan verdwijnt 'ie onder water en laat hij zich niet meer zien. Met de verrekijker zijn ze gelukkig wel heel duidelijk te zien en vaak ook goed te horen al briesend en proestend. In het Nationale Park hebben we twee grote chimpansees gezien (die door de rangers naar de kant waren gelokt, anders krijg je ze niet te zien), en twee andere soorten apen die in de bomen zitten aan de kant van de rivier. We zien ook heel veel vogels en vaak ook grote roofvogels zoals een arend. En we hebben één slang in de rivier zien zwemmen. Krokodillen zitten hier ook, maar die hebben we nog niet gespot.
Tja, en dan die kleine beestjes ..... overdag valt dat gelukkig reuze mee. Maar op één plek komen we kort van die vervelende steekvliegen tegen (tse-tse vliegen). Er vliegen veel mooie vlinders en overige kleine beestjes laten zich overdag niet veel zien. 's Avonds en 's nachts des te meer .... gelukkig kunnen we onze boot goed 'beestjes'-dicht maken met prima muggengaas op de bovenluiken, eigen gemaakte horretjes op de zijramen, een goed hor voor de kajuit-ingang en een klamboe die we onder de bimini ophangen die de kuip goed afsluit. Alleen de zelfgemaakte horretjes op de raampjes laten kleine niet stekende beestjes door zodra het buiten donker is en er binnen licht brand. We hebben dan ook al snel de volgende strategie ontwikkeld. Aan het eind van de middag drinken we altijd een borrel met de Barbarossa (om en om bij hun en bij ons). Leuk en heel gezellig om de belevenissen van de dag met elkaar te delen. We smeren ons dan al in met deet, maar hebben tot zonsondergang nergens last van. Zo rond 18.45 uur zorgen we dat we op de eigen boten zijn en dat de kuip goed dicht is gemaakt met de klamboe. Ervaring leert dat we dit niet later moeten doen, want dan worden we lek gestoken en gek van de rondvliegende beesten. Vanaf 19.00 uur is het echt donker en dan blijven we in de boot of in de kuip onder de klamboe met zo weinig mogelijk licht. De meeste avonden liggen we dan ook al vroeg in bed, nog wel te lezen met een klein lampje maar zo min mogelijk licht om beestjes buiten te houden. De volgende ochtend is het altijd weer afwachten hoeveel beestjes er buiten op de boot en op de klamboe zitten. Meestal zijn ze dan al dood, maar niet allemaal, zeker niet die oorwurmen die overal rond kruipen. Dus een vast ritueel is het schoonmaken van de boot vlak voor het ontbijt. Daarna kan alles weer open, de klamboe weg en is het weer 'beestjes'-vrij totdat het donker wordt.

Vanaf 5 uur 's ochtends is het heerlijk koel in de boot. Ook buiten is het dan heel lekker zodra het licht wordt. Heerlijk koel is nog wel 25 graden. Totdat de zon komt en dan warmt alles binnen en buiten weer snel op. Met een hoogtepunt van 35 graden op het eind van de dag (vaak tijdens de borrel), zeker als er geen wind staat. Soms vragen we ons dan ook af of we een koud biertje op moeten drinken of beter over ons lijf kunnen gooien. Als we naar bed gaan is het in de slaapkamers nog vaak boven de 30 graden, maar zorgen de fannetjes voor verkoeling waardoor slapen geen probleem is.
We zijn al bijna drie weken zelfvoorzienend; we maken al het brood zelf en putten voor het avondeten uit de enorme voorraad die we in La Gomera hebben ingeslagen. Dat betekent toch vaak avondeten zonder vlees, maar prima gevarieerd en erg lekker. Tot nu toe hebben we ook niet meer kunnen kopen dan wat groente en fruit. Internet is nergens te vinden. Zelfs GPRS (voor de blackberries) werkt alleen 's ochtend vroeg een uurtje als er kennelijk een signaal van Senegal doorkomt. Toine hijst dan 's ochtends z'n BB wat hoger de mast in en kan zo zijn mail ontvangen. Maar mail naar zeiljachtbrandaan@tele2.nl kunnen we niet lezen. Dus we zijn aangewezen op de korte golf radio voor mail en het updaten van onze site. Ook wel eens een apart ervaring. Onze meiden houden het prima vol zonder TV en nintendo (dat is de afspraak voor in Gambia) en zoeken vanzelf andere creativiteit op. Zo zijn ze al een paar avonden tijdens de borrels aan het schaken met Koen en Giel.

Tja, Gambia is echt prachtig en een enorme ervaring die we niet hadden willen missen. Dus alle ontberingen nemen we graag voor lief en het hoort er gewoon bij. Net als bij andere situaties is het positieve gevoel des te intenser als er ontberingen aan vooraf zijn gegaan om het te bereiken. Goed, nu terug naar onze belevennisen van de afgelopen week.

Vanuit Bintang Bolong (waar het vorige verslag is geëindigd) varen we een dag lang de rivier op naar de Mandori-kreek waar we op tijd in de middag stoppen. We moeten flink tegen een tij-zee opboksen met harde wind tegen. Dat valt wel even tegen en is echt golven op en af gaan. Maar de Mandori-kreek is echt prachtig. Zo'n kreek is een zij-arm van de rivier en de invaart is ondiep(daar kunnen we net overheen en het is vaak even zoeken met de dieptemeter welke route we het beste kunnen volgen). Daarna wordt het weer diep genoeg. Een smalle arm van de rivier met bossen en een enorme hoeveelheid vogels om ons heen. Prachtig om een stukje in te varen en op een mooi plekje het anker neer te gooien. We liggen hier helemaal alleen met de Barbarossa in een prachtige natuur met veel vogelgeluiden om ons heen.

De volgende ochtend gaan we meteen als het licht is (7.00 uur) weer verder de rivier op. We varen dan net met laag-water de kreek uit (dat scheelt toch wel een meter) en moeten even zoeken naar een bevaarbare uitgang. Kicken als dat gewoon lukt. We maken een lange dag en motoren 9 uur lang over een nog steeds vrij brede rivier en oevers op afstand. Gelukkig wel veel minder wind en golven dan de vorige dag. Af en toe komen we vissers tegen en zien we mensen op de kant die vriendelijk staan te zwaaien. In de middag passeren we Elephant Island en vanaf daar wordt de rivier echt mooier, smaller, met zoet water en ruig begroeide oevers. Vlak boven Sea Horse Island laten we ons anker vallen, wederom midden in de natuur zonder iets of iemand om ons heen.

De dag daarna (ma 16 nov) varen we na het ontbijt met de stroom mee op de motor verder de rivier op. In de middag stoppen we bij het dorpje Kudang Tenga in de verwachting daar wat fruit en/of groente te kunnen kopen. Een naïeve verwachting. We liggen nog maar net voor anker en er komen kinderen in bootjes op ons af die vragen om een pen en ook graag lege waterflessen willen hebben. Die geven we in ruil (denken we) voor het wegbrengen van de afvalzak van ons. Die leggen de kinderen in hun bootje, maar dan wordt' ie open gerist. Ze pakken eruit wat ze zelf van waarde vinden (zoals een lege pringles-bus of een leeg pak jus) en de rest gooien ze in het water. Een schokkende ervaring en het contrast is wel heel groot. Wat voor ons afval is heeft voor hun waarde. En wat voor ons waarde is om het afval op de juiste plek achter te laten en niet in de rivier heeft voor hun helemaal geen waarde. Toine en Jan blijven op de boot en Ellen en ik gaan met Koen en Eline naar de kant. Daar worden we opnieuw opgevangen door een schare kinderen die ons de weg wijzen naar een winkeltje. Het is een ontzettend arm dorp, hutjes met daken van riet, kleine stukjes vis liggen te drogen met heel veel vliegen erop, de kinderen zien er arm en viezig uit. Toch echt wel weer een slag armer en minder sociaal georganiseerd richting toeristen dan Bintang Bolong. In het kleine winkeltje ligt bijna niets, alleen wat rijst. De kinderen loodsen ons verder door het dorp met de belofte dat er echt wel groentes te krijgen zijn. Dan komen we bij een hutje waar de moeder van één van de kinderen een zak aardappelen te voorschijn haalt. Dat kunnen we kopen. Maar ja, dat is nu ook weer niet de bedoeling; dat is hun eigen eten en we hebben niet eens klein geld bij ons om het te kunnen betalen. Dus lopen we terug naar ons bootje en kunnen onderweg nog iets voor de mensen doen door foto's van ze te maken (doet Ellen) die ze op zal sturen naar een email-adres dat ze krijgt. Onder de indruk maar met gemengde gevoelens gaan we terug naar onze boten en varen we een stukje verderop naar Deer Island om te ankeren voor de nacht. Daar zien we vlak voordat we het anker neergooien in de verte een groepje nijlpaarden. We varen er rustig naar toe en zien ze af en toe boven water komen, en proesten en bruisen. Een prachtig gezicht, maar wel op afstand. Als we later voor anker liggen en een borrel bij de Barborasso drinken zien we ze nog vlakbij de boot zwemmen. Het is dan ook wel even spannend als we in het donker in ons bijbootje roeiend (geen motor erop) weer terug varen naar onze boot. Nijlpaarden kunnen namelijk erg agressief zijn als ze in het nauw worden gedreven en zijn in Afrika doodsoorzaak nummer 1 van de dieren.

De volgende ochtend (is eergisteren) gaan we vroeg op pad en verkennen de omgeving rondom de ankerplek nog wat in de hoop nog meer nijlpaarden te zien. Met succes! Als we daarna naar Bird Island varen komen we de vijf andere nederlandse zeilboten tegen die weer op de terugweg zijn. Toch wel apart om daar even met zeven nederlandse boten te zijn. Bij Bird Island zien we nog wat nijlpaarden en we stoppen even om een heuvel aan de kant te beklimmen met een mooi uitzicht over de rivier. Iets verderop gooien we vlak voor het Nationale Park het anker uit voor de nacht. Twee rangers controleren daar en dwingen ons om iets verderop te gaan liggen. Na enige discussie (want volgens de pilot mogen we daar wel liggen) doen we het toch maar, want de ene ranger is nogal volhardend. Dat merken we ook weer de volgende dag, als we ze 's ochtends zien en vragen waar we chimpansees kunnen zien. Ze nemen ons mee naar de plek waar ze af en toe door hen worden bijgevoerd, en al snel laten twee grote chimpansees zich zien. Wat enorm indrukwekkend om zo'n groot oerbeest in de wilde natuur te zien. De ene heet Jumbo en is de baas van de groep van 13 chimpansees die op dit eiland wonen. Jumbo wordt heel boos als hij merkt dat de rangers hem gelokt hebben maar geen eten bij zich hebben. Al snel verdwijnen ze weer en krijgen we ze niet meer te zien. Dan volgt de discussie over hoeveel we hiervoor moeten betalen. Wij vinden dat we de toegang tot het park al bij het inklaren in Banjul hebben betaald, en de rangers zeggen dat dat een andere instantie is en dat we opnieuw moeten betalen. Even vervelend, maar al snel besluiten we dat we zo'n prachtige ervaring niet door zo'n discussie moeten laten verknallen en betalen we gewoon. De uren daarna toeren we rustig langs de oevers van de Baloon Eilanden en zien we veel vogels en een ander soort apen in de bomen zitten. Ook heel prachtig! Aan het eind van de dag komen we in Georgetown aan, het eindpunt van de rivier.

Georgetown is een dorpje dat eens, drie eeuwen geleden, heel levendig was met veel scheepvaart en slavenhandel. Nu is het vergane glorie, maar ze zijn wel aan toeristen gewend en dat heeft ook z'n voordelen. Zo kunnen we 's avonds heerlijk uiteten in een tentje aan de rivier waar we mee mogen meeëten met het dinerbuffet voor een groep zweedse toeristen. De volgende morgen (gisteren) gaan we naar de kant voor wat inkopen en daar worden we ook heel vriendelijk ontvangen en rondgeleid door drie oudere jongens zonder dat alle kinderen achter ons aanlopen. Zo kunnen we toch wel wat kopen (aardappelen, bananen, watermeloen en flessen water). Er is een openbare waterkraan in het dorp waar we water mogen halen en zo kan de Barbarossa hun watertank weer flink volgooien met het heen en weer sjouwen van flessen en jerrycans. Wij hebben geen water nodig omdat we met de watermaker de tank nog vol hebben gemaakt vlak voordat we het zoete deel van de rivier op vaarden. Er is ook diesel in het dorp met een aanlegsteiger in de buurt. Dus we besluiten ook diesel te halen, nu we hier zo goed met alle andere zaken zijn geholpen. De diesel komt in jerrycans van 20 liter, vier voor de Barborossa en drie voor ons. En zo zijn we weer van alle gemakken voorzien en is de dag ook al weer bijna voorbij. We varen nog een stukje de rivier af om midden in de natuur voor de nacht te ankeren. Bij schemering komen er zeven vissersbootjes op ons af die vlak om ons heen gaan vissen. Wij blijken in hun visgebied te liggen, maar dat vinden ze geen enkel probleem. Een tijd lang zien we kleine lampjes van de bootjes en horen we stemmen om ons heen. Dan zijn ze snel verdwenen met de stroom mee weer terug naar hun dorp.

Vandaag vonden we een record aantal dode beestjes op onze boot toen we wakker werden. Ach, met een paar emmers water zijn ze zo weer verwijderd. De meiden doen flink wat schoollessen (nog wat inhalen van de dagen hiervoor) en we varen rustig de rivier weer af door het Nationale Park. Dit keer zien we geen apen en chimpansees. Alleen heel veel vogels en een groot nijlpaard vlak voor onze boot. Vanavond gaan we op de Barbarossa pizza's maken op onze Cobb-BBQ. Dat wordt vast een heel leuk besluit van deze mooie dag. De komende dagen varen we terug naar Banjul. Daar gaan we nog wat inkopen doen voor de tocht naar de Kaap Verden en we verwachten ergens midden volgende week te vertrekken uit Gambia.