23 oktober 2009

Familiereünie op Madeira

Voor de verandering een (ongecensureerd) reisverslag van een gastauteur. Ik (Inge) ben met mama en Luc een week op bezoek geweest. Met een koffer vol kadootjes, kruiden, malariapillen, boeken over Gambia en technische gadgets voor de boot. Zaterdag 17 oktober vlogen we eerst naar Lissabon en ’s avonds door naar Funchal (Madeira), waar een bruinverbrande Mira, Toine, Eline en Marinthe ons - Hollandse bleekneuzen - stonden op te wachten. Een gezellig weerzien.


Neef en nichtjes kletsten er direct op los. En voor ons was het eigenlijk ook alsof er geen drie maanden tussen hadden gezeten. Waarschijnlijk doordat we al die tijd veel contact hadden gehouden en via de website al veel hadden meebeleefd. Ze zijn al die tijd ‘dichterbij’ dan ik vooraf had verwacht. Mira en Toine hadden twee auto’s gehuurd (die we later inruilden voor één grote) en brachten het hele gezelschap in een kwartiertje naar de Brandaan. Die lag in een kleine, rustige jachthaven bij Quinta Dolorde, in het zuidoosten van Madeira. Wat we in de gauwigheid zagen van het eiland was al behoorlijk spectaculair: hoge bergen, veel begroeiing, steile, bochtige wegen en een ruige kust. We reden onder de landingsbaan door, die voor een deel op hoge betonnen palen in zee was gebouwd. Die voorkennis hadden we gelukkig niet toen we een paar uur daarvoor waren ingestapt…De eerste nacht was wat onrustig. Een wiebelende boot en schurende touwen hielden ons wakker. Maar hé, wat maakte het uit: we waren op Madeira - een week lang zon, zee en bijkletsen! En het ontbijt op zondagochtend, verse broodjes en een eitje, maakte veel goed.

Madeira heeft vooral rotskust, maar toen we zondagochtend met de auto op pad gingen, stuitten we vrij snel op een (zwart)zandstrandje. Hier was een beschut stuk zee, nog lekker warm ook. Tijd dus voor een duik, om het hoofd dat flink daas was weer helder te krijgen. Lekker opdrogen in de zon en daarna uitgebreid lunchen met gegrilde vis (wij), vlees (Toine) en witte wijn. We begonnen een goed beeld te krijgen van het leven dat deze levensgenieters al een paar maanden leiden!’s Middags reden we naar de hoogste berg van Madeira (Pico do Arieiro, ruim 1800 meter). Een gedenkwaardige rit, zowel heen als terug, met veel bochten, uitgelaten kinderen, halverwege wat mist en wolken maar op de top een spectaculair uitzicht. En Toine die na een voorzichtig begin zijn oude, vertrouwde rijstijl weer oppakte (“Je moet in de bergen pas vlak voor een bocht remmen. Anders raken je remmen oververhit.”). Terug in de haven leerde ‘kapitein bijboot Eline’ aan Luc de fijne kneepjes van het varen, motor starten en aanleggen. Wij aten een lekkere kom nasi en doken heel tevreden ons bed in. Toine had rubbers aan de touwen gemaakt, waardoor ze een stuk minder piepten en kraakten.

Maandag waren we een dagje in Funchal, een verrassend grote en drukke stad, mede door de dagjesmensen van de vele cruiseschepen die hier aanmeren. Voor Toine een mooi moment om naar de kapper te gaan, omdat hij van een collega had gehoord dat zijn haar toch echt te lang werd. De fruitmarkt, met lokale vruchten als ‘banana ananas’ en passievrucht, was leuk. Helaas waren de vruchten die we mochten proeven een stuk lekkerder dan de exemplaren die we mee naar huis kregen. Domme toeristen … ’s Middags namen we de kabelbaan naar een grote tropische tuin. Funchal ligt tegen een steile berg opgebouwd en boven had je een mooi uitzicht. Eenmaal weer beneden was het natuurlijk véél te laat om boodschappen te doen, dus reden we – heel vervelend – terug naar de boot, om te borrelen en daarna een hapje te eten in de haven. Allemaal lagen we laat in bed.

Volgens de weerkaarten zou het dinsdag gaan regenen, maar de hemel was ’s ochtends strakblauw. Dus eerst maar eens relaxed ontbijten met bananenpannenkoekjes en tropische vruchtenshake. Het enige wat echt moest gebeuren was boodschappen doen, want de drank-, meel- en blikvoorraad van de Brandaan was grotendeels op. Op weg naar de supermarkt werd ik met de kinderen afgezet bij een heerlijk strandje, waar we een paar uur gezwommen, gesnorkeld en gezonnebaad hebben. Later kwamen Mira, Toine en mama met het bijbootje. Hoogste tijd voor een goede lunch. Gegrilde sardientjes met uitzicht op zee! Toen nog even zwemmen en met zijn zevenen terug in de bijboot. Toine wilde braaf roeien, maar we kwamen niet tegen de branding in. Dus toch maar stiekem met de motor. Douchen bij de boot. En toen kwam toch nog de voorspelde (mot)regen, dus voor het eerst binnen eten.

Op zoek naar een wandeling die leuk was en die iedereen aan zou kunnen, kwamen we woensdag terecht aan de noordwestkust. Vroeg op en onderweg ontbijten in een poussada (bed and breakfast). Ze moesten even slikken toen we met zijn zevenen binnen banjerden, maar dat kwam helemaal goed. Heerlijk ontbijtbuffet. Een paar koeien ontwijkend en honderdduizend bochten verder (zelfs chauffeur Toine werd dit keer draaierig) kwamen we eindelijk bij het beginpunt van de wandeling. Die zou vrij vlak zijn, maar begon met een stuk steil omhoog en daarna weer omlaag. Toen we na ruim een uur nog niet op het punt waren waar we volgens de beschrijving na een half uur hadden moeten zijn, besloten we om te keren. Onder luid gejuich van de kinderen. Ons volgende doel: natuurlijke rotsbaden aan de noordkust. Lekker relaxen. Dachten we. Want door een uniek lagedrukgebied boven de Azoren was er uitzonderlijk veel deining op zee. Het gevolg: metershoge golven die de kust op sloegen, recht de rotsbaden in. Komt vrijwel nooit voor, zeiden ze. En wij hebben het gezien! Erg spectaculair.Spectaculair was ook de terugweg langs de kust. Veel bochten, veel tunnels. En heel mooi uitzicht. We waren precies op tijd terug in de jachthaven om de Barbarossa binnen te halen. Die waren net overgekomen van Porto Santo met de ouders van Ellen aan boord. Leuk om kennis met ze te maken, zeker omdat Mira en Toine de komende tijd veel met ze zullen optrekken. Gezellig borrelen en daarna uit eten. Al met al iets te veel wijn, maar à la.

Donderdagochtend deden we rustig aan. Begin van de middag vertrokken we, met helaas te weinig wind om echt te kunnen zeilen, naar een prachtige ankerbaai net iets verderop. Alleen maar zee en rotsen om ons heen, verder geen enkele boot. Ook Mira en Toine maken dat niet zo vaak mee. Vanaf de boot zagen we een spannend wandelpad langs de kliffen, eindigend op de uiterste punt van het schiereiland. Dus wij hup, in het bijbootje (alleen mama bleef aan boord) en aanleggen op een rotsstrandje. Het zag eruit alsof dat wel kon. Toine wachtte tot een golf voorbij was en gaf toen flink gas. Luc en Marinthe stonden veilig op de rotsen en de rest was net aan het uitstappen toen Toine (op z’n Toine’s) riep dat we nu echt hééél snel het bootje naar boven moesten slepen. Ik keek achterom, zag een enorme golf op ons afkomen en wist zeker: straks lig ik eronder. Dus toen waren we nat. Heel nat. Maar ’t viel mee: niets of niemand was stuk. Dus we sleepten gewoon heel cool het bootje omhoog en gingen wandelen. Dat was absoluut de moeite waard. Hoge kliffen, golven en zicht op de oostkust. Voor de terugweg hadden we een plan. Kinderen de kleren uit en als eerste in de boot. Toine, Mira en ik tot ons middel en later tot onze nek in het water om het bootje recht te houden. Erin klimmen en wegvaren!Toen werd het al gauw donker. We staken de barbecue aan en hadden een bijzondere avond in deze afgelegen baai. Spiesjes eten en marshmallows roosteren. Helaas geen sterrenhemel, dus behoorlijk donker. Ik besloot om een nachtje aan dek te slapen, op de kussens in een slaapzak. Met een beetje fantasie hield ik ’s nachts, midden op zee, de wacht. Ook Luc kwam er halverwege de nacht bij. Leuk hoor, en we werden helemaal niet zeeziek!

Bij het ochtendgloren was het vrijdag, onze laatste dag hier. Ontbijten met heerlijk ruikend zelfgebakken brood. Toine en ik stapten nog even in het bijbootje om samen met de kinderen de rotskust te verkennen. Luc en Eline konden een halfuurtje snorkelen en onderwaterfoto’s schieten. Daarna weer de ankers lichten en op naar Funchal. In de verte zagen we een enorme school dolfijnen. Af en toe sprong er eentje op uit zee. Helaas waren ze weg toen wij er langs vaarden. Maar we hebben ze gezien! In de jachthaven van Funchal was tegen de verwachting in een plekje voor ons. En ook voor de Barbarossa, die een paar uur later kwam. Dus nu kabbelen we rustig en klotsen niet meer heen en weer, zodat ik rustig dit verslag kan afmaken. We gaan nog één keer borrelen en één keer eten en vliegen dan morgenochtend weer naar huis. Dat betekent nogmaals afscheid nemen, maar voor iets minder lang. Het was erg leuk om te zien hoe Mira, Toine, Eline en Marinthe hier leven. De komende reisverslagen zullen daardoor nog meer gaan leven. Voor hen gaat de reis naar onbekend gebied nu eigenlijk pas echt beginnen. Gambia, Kaapverden, een paar grote oversteken. We wensen hen alle goeds en leven vanuit Nederland mee.

Behouden vaart Brandaan!