5 oktober 2009

De Algarve

 De afgelopen week hebben we de Algarve verkend. Het is hier weer heel anders dan Spanje of de westkust van Portugal. Ten eerste is het er warmer (25+ graden). En ook het zeewater heeft een meer behaaglijke temperatuur zodat zwemmen leuk wordt. De zee is rustiger met minder deining. Ook hier hebben we helaas weer heel weinig wind. Meestal is het 's nachts en 's ochtends windstil en 's middags gaat er een windje waaien tot ongeveer 19.00 uur (de zeewind) en dan zakt het weer in. Het is behoorlijk toeristisch en nu het hoofdseizoen per 1 oktober is afgelopen blijven nog maar een paar vakantiegangers en de gepensioneerde overwinteraars over. Het goede is dat we vanaf het water voornamelijk de mooie natuur zien. Het eerste deel de mooie hoge krijtrotsen met grotten en daartussen kleine strandjes. Het tweede deel een lage platte kust met getijde lagunes, een soort waddengebied, waar het goed ankeren is.


Vanuit Lagos (waar het vorige reisverslag is gestopt) varen we de volgende dag door. Het plan was om naar Alvor te gaan, maar de ingang van deze lagune is té ondiep voor ons en we lopen drie keer vast. Snel omkeren, zeker omdat het tij halverwege richting laag water gaat (regel 1 van het zeilershandboek: "vaar nooit een onbekende ondiepe haven in als het tij richting eb gaat"). Het loopt goed af, maar we hadden ook enkele uren vast kunnen zitten. Dan maar naar de volgende baai een paar mijl verderop, en dat is Portimao. Een prima ankerplaats in een grote baai. We blijven er drie dagen en nachten. De internetvoorziening is goed waardoor Toine samen met Jan veel bezig is met het bestellen van nieuwe stuurautomaatonderdelen voor de kapotte stuurautomaat van de Barbarossa. Als wederdienst worden we gezellig mee uit eten genomen; in een leuk restaurantje aan het strand met heerlijk eten en een wat oosterse aandoende ambiance. We zitten er helemaal alleen, maar dat geeft niets en het eten is het lekkerste eten buiten huis (boot) tot nu toe. Om het lijf gezond te houden ga ik nog een keer rennen met Ellen en zo komen we erachter dat Ferguado (klein stadje tegenover Portimoa) een heel leuk oud stadje is met smalle straatjes en kleine huisjes. De meiden doen 's ochtends school en spelen 's middags over en weer bij de andere boten, ook weer eens met de meiden van de Waterman. Met al die nederlandse boten is er zeer frequent marifoonverkeer op kanaal 77. Het is een soort intern
telefoonnetwerk geworden.

Op donderdag 1 oktober varen we door naar Faro, een getijde lagune waar we met maximale stroom tegen (4 knopen) invaren. Wat een geweld bij de smalle doorgang, maar met de motor een tandje harder geen probleem. We laten het anker vallen vlak bij het eilandje Culatra. 's Avonds sluit de Valentijn zich ook weer bij ons aan en dat is vanouds gezellig. Ze hebben wat versneld om nog een weekje de gezelligheid van de drie boten te kunnen meemaken. Culatra is een raar eiland; er is heel veel zand, daarop een dorpje met kleine huisjes waar daadwerkelijk families wonen die leven van de visserij. De tijd lijkt er tientallen jaren teruggezet te zijn. Er is een school voor maar een klein groepje kinderen. Er rijden geen auto's en slechts een enkele tractor. Het ziet er bijzonder maar ook een beetje smoezelig uit. We maken er een wandeling en drinken na afloop een lekker biertje op een terras met uitzicht op onze boten.

Zaterdag 3 oktober willen we naar Olhao iets verderop de lagune in, maar daar zijn we niet welkom. Alhoewel er meer dan ruimte genoeg is in de haven worden we weggestuurd met de mededeling dat ze vol zijn. Zo onvriendelijk zijn we tot nu toe nog niet ontvangen. Wij liggen dan al vast aan een steiger en blijven toch gewoon twee uurtjes (met stroom en internet) om boodschappen op de kant te doen voor de BBQ van vanavond. De anderen zijn al door naar de ankerplaats van Faro-stad en daar gaan wij bepakt met voldoende vlees en brood ook naar toe. Het is een prachtige plek middenin een wadden-achtige natuur. 's Avonds gaan we BBQ'en op het strand van het kleine eilandje voor onze boten. Dat is heel gezellig. Compleet met een eigengemaakt kampvuur door de mannen die hiervoor twee pallets (die daar lagen) kapot hebben gemaakt. De kinderen zijn zelf al eerder teruggegaan naar de Brandaan om een film te kijken. En wij volwassenen zitten mijmerend over het goede leven met een glaasje wijn bij het kampvuur.

De volgende dag (zo 4 okt) gaan we met de Barbarossa mee naar Vila Real. Dat is de laatste plaats in Portugal en het ligt aan de grensrivier met Spanje. De ouders van Ellen hebben hun boot daar liggen en wonen er een paar maanden per jaar in een appartement. Wederom de hele dag motoren, dit keer tegen een zwak windje in. Wel goed viswater, want we vangen in no time drie grote makrelen waarvan we de laatste maar weer teruggooien. En dat op dierendag ?!

We dachten de aankomst in Vila Real goed uitgerekend te hebben (precies bij hoogwater en de kentering), maar kennelijk zijn we een uurtje te vroeg, want het stroomt nog flink op de rivier. En dat is lastig aanleggen in de jachthaven, maar dankzij de goede stuurmanouvre van Toine gaat dat gelukkig zonder schade.

Vila Real is een prima plaats om een paar dagen te liggen voordat we de oversteek van 4 á 5 dagen naar Madeira gaan maken. We vermaken ons prima met wassen, school, schoon maken, winkelen en horretjes maken voor de raampjes van de boot (tegen de muggen). Zo vliegen de dagen om. We houden ondertussen de weerkaartjes goed in de gaten; op dit moment staat de wind naar Madeira nog flink tegen door een lage druk gebied boven de Azoren. Maar dat wordt in de loop van deze week verdrongen voor een hoge druk gebied dat ons de juiste wind gaat geven voor de oversteek. We verwachten dan ook dat we donderdag of vrijdag gaan vertrekken.
Op Madeira zullen we Mam, Inge en Luc zien!